Historiek

ONTSTAAN

K. Rupel Boom F.C. is ontstaan in 1998 als het resultaat van een fusie tussen het toenmalige K. Rupel Sportkring en K. Boom F.C. 
Beide clubs kampten met financiële en sportieve problemen en zijn onder die zware druk bezweken. De oplossing werd gevonden in een fusie tussen beide clubs.
Lees hier meer over de geschiedenis van beide clubs:

image003

Het aanknopingsjaar is 1907, toen werd Turnkring Boom een officiële voetbalclub.
Wegens ontoereikende geldmiddelen liep de vereniging enkele schorsingen op bij de K.B.V.B. Dit bracht de aangeslotenen op de idee de beschreven lei af te vegen en te van nul te herbeginnen onder de naam van BOOM FOOTBALL CLUB. De club trad op 16 maart 1913 toe tot de Belgische Voetbalbond (B.V.B.) onder het stamnummer 58, met als clubkleuren blauw/wit.
Een en ander vond plaats onder het impuls van de heren Louis De Winter, Victor Lanie, August Van Bourgonie, Gaston Wierinckx en mogelijk nog enkele anderen. De eerste voorzitter van Boom F.C. was de heer Flor Cleurbaut.

Het gloriejaar 1938 werd niet enkel gevierd om het behalen van de kampioenstitel en het aantreden in de hoogste afdeling, maar ook om het “25-jarig” bestaan van de club. Bij deze werd de club tot “Koninklijk” benoemd en was het niet meer Boom Football Club maar wel de Koninklijke Boom Football Club.

1963 Bracht K. Boom F.C. in een dubbele vreugde. Het “50-jarig” bestaan van de club werd uitgebreid gevierd, maar tevens het behalen van de kampioenstitel in 3 e Nationale, zodat de club promoveerde naar 2e Nationale Afdeling.

De eerste: 

Voorzitter Flor Cleurbaut
Erevoorzitter Leon Verbist
Secretaris Raymond De Herdt
Overige bestuursleden Louis De Winter
Victor Lanie
August Van Bourgonie
Gatson Wierlinkx 

De laatste (club 96): 

Voorzitter  Kamiel Coenaerts 
Ondervoorzitter  Karel Tobback 
Secretaris  Camiel Cop
Sportief verantwoordelijke  Eddy Laevaert 

Aangezien de club over geen financiële middelen beschikte, moest iedere speler zorgen voor eigen materiaal en moesten alle andere onkosten ook zelf gedragen worden. Van vergoedingen was er dus geen sprake. De spelers wensten echter dat er entreegeld zou geïnd worden. Daarom eisten zij, dat hun terrein, toen gelegen in de Molenstraat, van een omheining zou voorzien worden.

De clubleden moesten deze omheining zelf plaatsen. Het hout voor de werken werd geleverd door de heer Lamot Richard, die later als tweede voorzitter van Boom F.C. zou fungeren.

In 1938, tijdens het 25-jarig bestaan van de club, debuteerde Boom F.C. in de hoogste klasse. De club had inmiddels zijn intrek genomen aan de Velodroomstraat, waar het met wisselend succes bleef tot in 1967, toen de gronden werden verkocht als bouwgrond. Daarom moest de club intrek nemen in het Gemeentelijk Parkstadion.

Tot 1970 hadden de installaties ook een echt provinciaal karakter met enkele trappen staanplaatsen aan de kant van het park, achter de doelen en naast de kleedkamers aan de kant van de Acacialaan.
Dat jaar liet de gemeente, die het terrein van de provincie had overgenomen, boven op de kleedkamers de steile hoofdtribune optrekken. Dit om het thuispubliek van Boom FC meer comfort te bieden. Boom FC was toen een derdeklasser met een sterke thuisreputatie en het trok de prestaties die het aan de Velodroomstraat leverde, door in het Gemeentelijk Parkstadion.

De in 1969 tot voorzitter verkozen Raoul Rothiers had grootse plannen met de club van de steenbakkers, die het jaar daarop van de gemeenteraad een volwaardige topklasse tribune kreeg, hoewel de ploeg nog lang geen deel uitmaakte van de voetbalelite.

De tribune die in de herfst van 1970 werd gebouwd, werd pas zeven jaar later een eersteklasse-arena.

In 1972, toen de club vlot meedraaide in de tweede klasse, werd de verlichting geplaatst die werd ingehuldigd op een barkoude en mistige decemberavond met een wedstrijd tegen de Hongaarse topformatie Ferencvaros.

Het Gemeentelijk Parkstadion dat ondanks de sportieve neergang van de club zijn gezellige karakter heeft weten te bewaren ontvangt nu, met bescheiden middelen, alle provinciale tegenstanders van K. Rupel Boom F.C.

Tijdens de oorlogsperiode 1914-1918 lag de normale voetbalbedrijvigheid grotendeels lam, zodat Boom FC zich slechts na de eerste wereldbrand kon laten gelden.

In het jaar 1921-1922 werd al de eerste Antwerpse kampioenstitel behaald, zodat er werd opgeklommen naar de toenmalige bevordering. De vreugde was slechts van korte duur, want het daaropvolgende seizoen diende de weg terug begonnen te worden.

Tijdens het seizoen 1924-1925 werd het opnieuw primus in de reeks en kon zo de promotie maken naar de landelijke reeksen. Deze reeksen zou Boom FC ook nooit meer verlaten.

Op het 13-jarig bestaan, miste de club net de kans om te stijgen naar de, in die tijd, hoogste reeks. Door de oprichting van een nieuwe ereafdeling profiteerden de Bomenaars het volgende jaar, om dan toch in de eerste afdeling te spelen.

In 1929 degradeerde de club naar bevordering, maar door een splitsing van de afdeling, mocht in 1931 de promotie naar eerste afdeling dan toch gevierd worden. Met wisselend succes werd in deze reeks gedurende verschillende jaren aangetreden.

Toen brak het gloriejaar 1938 aan, waarin Boom FC de algemene titel behaalde en zo promoveerde naar de hoogste afdeling. En dit allemaal tijdens het 25-jarig bestaan van de club en de benoeming tot “Koninklijke”!

Tijdens de noodcompetitie konden de Steenbakkers zich handhaven in de hoogste afdeling, maar in 1949 begon de aftakeling van de oudste club in de Rupelstreek, de degradatie kon dus ook niet uitblijven.

De financiële moeilijkheden in de vereniging namen toe en het ging van kwaad naar erger.

Door een kleine heropvlakkering kon de club zich toegang verschaffen tot de excellentiereeks in 1951-1952, maar dit was slechts een balsem op een open wonde die in 1959 nog feller ging ontsteken door de degradatie naar 3 e afdeling en ei zo na naar bevordering.

De club werd terug gezond door de verkoop van gronden gelegen achter de Beukenlaan, waar de jeugd speelde en iedereen was ervan overtuigd dat met deze financiële impuls een nieuwe bloeiperiode kon aanbreken.

Tijdens het seizoen 1962-1963 werd K. Boom F.C. kampioen in de 3 e nationale afdeling en promoveerde zo dus terug naar 2 e nationale afdeling.

Hier draaiden ze enkele seizoenen vlot mee tot men na het seizoen 1969-1970 degradeerde naar 3 e klasse.

Deze misstap werd het volgende seizoen rechtgezet door terug te promoveren naar 2 e klasse.

Na 6 jaar wroeten in 2 e nationale, nam K. Boom F.C. 28 jaar later (1977) opnieuw zijn plaats in, in de hoogste afdeling.

Een succesvol weerzien werd het niet, de steenbakkers bengelden constant onderaan en eindigde dat jaar op de laatste plaats op één punt van Cercle Brugge dat mee degradeerde naar de tweede klasse.

Boom beleefde dus weinig plezier aan dat seizoen bij de voetbalelite. Het was ook tevens het eerste jaar dat er eersteklassevoetbal in het Gemeentelijk Parkstadion gespeeld werd.

Tijdens het seizoen 1978-1979 speelde de club weer in 2 e nationale. In deze reeks draaide de motor beter, zodat K. Boom F.C. na enkele jaren toch terug naar de allerhoogste afdeling mocht.

In het seizoen ‘92-93 mochten de blauw/witten voor het laatst van topvoetbal proeven.

Van dan af gleed de club, gebukt onder zware financiële problemen en met het zwaard van Damocles boven het hoofd wegens dreigend faillissement, af naar bevordering waar het in 1996 als club in vereffening speelde.

Fik Cleerbout kreeg de idee om naast het bestaande Boom F.C. een nieuwe voetbalclub op te richten, waardoor aan alle liefhebbers en aan de talrijke Boomse jongeren de kans zou worden geboden om, onder deskundige begeleiding, de voetbalsport te beoefenen. 

Dit leidde tot een bijeenkomst van 5 goede vrienden: Leon Waumans, Kamiel Van Camp, Gustaaf Piessens, Karel Cleerbout en Fik Cleerbout. De stichting was een feit! 

De 5 pioniers ontleende de naam van de nieuwe voetbalvereniging aan de rivier die Boom bespoeld en kozen spontaan zwart/wit als clubkleuren. 

De stichters bleven echter niet bij de pakken zitten en nodigden alle Boomse verenigingen uit op de uiteindelijke stichtingsvergadering, die plaatsvond op 13 maart 1934. Victor Moureau werd de eerste secretaris van de club. 

Na de vergadering werd aan de aanwezigen de kans geboden om zich in te schrijven en lid te maken van de pas opgerichte voetbalclub. 

Tijdens deze vergadering werd tevens beslist een aanvraag tot aansluiting te richten aan de Koninklijk Belgische Voetbalbond, aangezien men van oordeel was dat het pas opgerichte Katholiek Sportverbond weinig toekomstmogelijkheden bood. 

Een bestuursafvaardiging zakte even later af naar Antwerpen om er tijdens een vergadering van het Provinciaal Comité de aanvraag tot aansluiting bij de K.B.V.B. te verdedigen. 

Als bijzonderste reden tot staving van de oprichting van Rupel Sportkring werd opgegeven dat alle kleine, niet georganiseerde straat- en wijkploegen tot één groot, kameraadschappelijk midden zouden samenbrengen en op die manier onder kundige leiding zouden geplaatst worden. 

De voetbalbond oordeelde dat het aantal inwoners van de gemeente Boom voldoende groot was om de oprichting van een 2e club te verrechtvaardigen en keurde de aanvraag goed. 

Rupel Sportkring werd ingeschreven en kreeg het stamnummer 2318 toegewezen

Het seizoen 1958-1959 betekende niet enkel de 5 e kampioenstitel, die behaald werd in de 1 e provinciale afdeling, zodat de poort naar de nationale bevordering zich opende en dit juist op het 25-jarig bestaan van de club. De viering van de kampioenstitel en het 25-jarig bestaan, bestond uit een eucharistieviering, een ontvangst op het gemeentehuis, een muzikale optocht door de Boomse straten, een feestmaal en hierop aansluitend een supportersbal. 

Net zoals met het 25-jarig bestaan, werd ook nu niet enkel het 50-jarig bestaan gevierd, maar ook om de promotie naar 2 e provinciale afdeling. Op 2 juni 1984 werd de volledige club ontvangen in het gemeentehuis en op 23 juni 1984 en was er een jubileumbanket voorzien voor 220 personen. Hier werden letterlijk en figuurlijk de bloemetjes buitengezet tot in de vroeg uurtjes. De voorafgaande eucharistieviering stond in het teken van het motto: Dankbaar voor het verleden,  hoopvol voor de toekomst!

De eerste bekommernis van het bestuur was natuurlijk te kunnen beschikken over een eigen voetbalveld. Hiervoor diende men niet ver te zoeken, aangezien er nog een terrein gelegen was op de Krekelenberg. 

Dit terrein werd destijds aangelegd door de K.A.J. op gronden die eigendom waren van steenbakker Edward Van Reeth die slechts af en toe gebruik maakten van het voetbalveld. Kleedkamers waren er niet, zodat spelers zich dienden om te kleden in een nabijgelegen schuur. 

De K.A.J.-leiding had dan ook geen enkel bezwaar tegen de overname van het terrein door Rupel Sportkring, op voorwaarde dat zij er af en toe nog eens gebruik van mochten maken. 

Na enkele besprekingen kreeg de club de toelating van de eigenaar, Edward Van Reeth, om het bestaande voetbalveld te verbeteren en uit te bouwen naar de normen van de K.B.V.B., dat wil zeggen voorzien van kleedkamers en een (betonnen) omheining, zodat inkomgeld voor de wedstrijden kon worden geïnd. 

Op 29 mei 1934 werd er besloten dat Frans Van De Vel uit Lint de werken mocht uitvoeren voor een bedrag van 13.799 BEF. 

Op 25 juli 1934 was het terrein op de Krekelenberg volledig speelklaar. Het bestuur kon met voldoening een mooi speelveld van 105m bij 58m, 3 kleedkamers en een betonnen omheining aanschouwen. 

Tijdens de maand september van 1935 werd er een 4 e kleedkamer bijgebouwd. 

Het bestuur was er zich van bewust dat de terreinen op de Krekelenberg niet voor altijd de thuishaven van de zwart/witten zou zijn, daarom gingen ze op zoek naar een andere locatie, vooraleer de mededeling zou komen van de eigenaar, Edward Van Reeth, om de gronden te ontruimen voor de uitbaggering van de kleilaag. 

Men moest niet lang zoeken, want tussen de Kruiskenslei en de oude Antwerpse Steenweg, lag immers een groot stuk braakliggend land dat op 22 maart 1938 eigendom was van de Heilige Hart-parochie, maar door de mobilisatie en het uitbreken van de oorlog zou er van de aanleg van een volledig nieuw terrein niets in huis komen. 

Daarom nam het bestuur van Rupel Sportkring onmiddellijk contact op met het Antwerps Provinciebestuur, dit om toelating te bekomen om over het voetbalveld te kunnen beschikken, dat in het Boomse park gelegen was. 

Na vele afspraken mocht Rupel SK zijn intrek doen in het gemeentelijk parkterrein tijdens het seizoen 1941-1942. 

Vanaf het seizoen 1959-1960 kreeg de Boomse atletiekclub ook de toelating om van het voetbalterrein gebruik te maken en het bestuur van Rupel SK begreep toen al dat deze wijziging in de toekomst voor problemen zou zorgen. Het veelvuldig gebruik van de terreinen zou zeer nadelig zijn voor de grasmat. Dit was de aanleiding om weeral op zoek te gaan naar een nieuwe geschikte plaats. 

Ditmaal lieten ze hun oog vallen op een grote, braakliggende grondstrook aan de Molenstraat, dat eigendom was van de gebroeders De Wachter. Zij waren bereid om hun grond te verkopen, maar Rupel SK had niet de financiële middelen. De deken van Boom, Jan Van Loon, had die middelen wel en hij zou de grond dan verder verhuren aan de zwart/witten. In maart 1960 begonnen de bestuursleden, supporters en spelers zelf aan de aanleg van de terreinen en de kleedkamers. Het B-terrein werd pas aangelegd in 1967. 

De eerste wedstrijd die het 1 e elftal van Rupel Sportkring speelde, vond plaats op 12 augustus 1934 op het terrein van Temse. Na nog enkele oefenwedstrijden stond het 1 e elftal paraat om tijdens de competitie van het seizoen 1934-1935 van start te gaan in de 3 e gewestelijke afdeling van de provincie Antwerpen. 

Het bestuur beschouwde dit seizoen als een proefjaar. 

Het seizoen 1935-1936 betekende voor Rupel Sportkring pas de echte start, daar is geen twijfel over, want in dit jaar werden ze voor het eerst al kampioen in de 3 e gewestelijke afdeling, reeks F en mocht via een eindronde promoveren naar de 2 e gewestelijke afdeling. 

In deze afdeling speelden ze kampioen tijdens het seizoen 1938-1939 en zou bijgevolg het volgende seizoen in 2 e provinciale afdeling uitkomen, maar 

De 2 e WO bracht heel wat veranderingen met zich mee in de organisatie van de K.B.V.B. Zo werd een noodcompetitie opgericht tijdens de seizoenen 1939-1940, 1940-1941 en 1941-1942. In deze competitie won Rupel SK nagenoeg alles, maar tevergeefs want na de oorlog moesten alle clubs terug hun oorspronkelijke plaats innemen die behaald was op het einde van het seizoen 1938-1939. 

Vanaf het seizoen 1942-1943 kende de officiële competitie van de K.B.V.B. opnieuw een normaal verloop en startte Rupel SK in de 2 e provinciale afdeling, waar het de promotie kon afdwingen naar bevordering in het seizoen 1945-1946. 

Bij aanvang van het nieuwe seizoen koesterde het bestuur de stille hoop dat het behoud in nationale bevordering zou verzekerd worden. Dit lukte hen ook het eerst volgend seizoen, maar tijdens het seizoen 1947-1948 liep het minder goed af en moesten de Boomse zwart/witten bijgevolg af te dalen naar de provinciale reeksen. 

Maar Waar een wil is, is een weg en met dit spreekwoord in gedachte, werd Rupel SK het volgende seizoen de over verdiende kampioen en mocht zo terug naar de nationale reeksen 

In het seizoen 1950-1951 behaalde ze voor de 4 e keer een kampioenstitel en mochten zo stijgen naar de eerste nationale afdeling. 

Zo bereikte Rupel Sportkring, amper 16 jaar na zijn stichting, het onbetwistbare hoogtepunt in zijn geschiedenis, dat omwille van de huidige omstandigheden en verhoudingen in de hedendaagse Belgische voetbalwereld nooit meer zal geëvenaard worden 

Tijdens het seizoen 1951-1952 speelden ze in de op één na hoogste afdeling van de Belgische competitie. Maar het hoogtepunt van dat seizoen was de allereerste derby tegen K.Boom F.C. en deze vond plaats op 11 november 1951 op de terrein van K.Boom F.C., aan de Hollezijp en werd met 2-0 verloren. 

Nog een onvergetelijk moment was de enige thuiswedstrijd die Rupel Sportkring ooit speelde tegen K.Boom F.C. , dit heuglijk feit vond plaats op 24 februari 1952. 

De wedstrijd eindigde op 1-2 in het voordeel van de blauw/witten. 

Door reorganisatie van de competitie moest Rupel SK tijdens het seizoen 1952-1953 uit komen in de nieuwe 3 e nationale afdeling. 

Na 2 jaar standhouden, moesten ze in 1954 toch terug afdalen naar bevordering. 

Tijdens het seizoen 1957-1958 duurde het tot de laatste speeldag, om te weten wie naar 1 e provinciale moest afdalen. In deze zenuwslopende degradatiestrijd moest Rupel SK toch het onderspit delven en zakte zo dus ver af naar 1 e provinciale afdeling. 

Dit was slechts van korte duur, want het seizoen erop, behaalden ze hun 5 e kampioenstitel en de poort naar nationale bevordering stond terug open. 

Na 4 seizoenen goed meegedraaid te hebben in bevordering, moesten ze er het 5 e seizoen (1963-1964) toch aan geloven en degradeerden ze naar de 1 e provinciale. 

En het ging van kwaad naar erger, want het jaar erop zakten ze zelfs naar 2 e provinciale. In een korte tijdspanne van 2 seizoenen was Rupel Sportkring van een fiere bevorderingsclub teruggevallen tot een schuchtere 2 e provincialer. 

De club had gedurende 7 jaar een vaste stek in de 2 e provinciale, maar moest deze ook afgeven tijdens het seizoen 1971-1972 en degradeerde dus naar de 3 e provinciale afdeling. 

Na 4 seizoenen hard werken, eindigden de zwart/witten op de 2 e plaats in de eindrangschikking en deze gaf ook recht op promotie. Dus in 1976 stond Rupel SK terug in 2 e provinciale. 

Tijdens het seizoen 1979-1980 behaalde Rupel SK, na 4 jaar 2 e provinciale, zijn zesde kampioenstitel en mocht zo dus weer even proeven van de 1 e provinciale. 

Inderdaad even, want het seizoen erop moesten ze direct terug af zakken naar de 2 e provinciale, omwille van het te grote klasseverschil. 

En de zwart/witten bleven slecht presteren en zakten dan ook meteen door naar de 3 e provinciale afdeling, de op één na laagste afdeling van de K.B.V.B. 

In het seizoen 1983-1984 was er terug reden tot vieren, want Rupel Sportkring behaalde de promotie na een minicompetitie en mocht zo terug naar 2 e provinciale afdeling. 

In deze reeks konden ze enkele jaren stand houden,maar moesten ze toch af zakken naar lagere reeksen. Sportief ging het met K. Rupel SK bergaf, totdat ze in het seizoen 1995-1996 kampioen speelden in 4 e provinciale en zo dan toch terug in de 3 e provinciale afdeling terecht kwamen. 

Dit was dan ook het laatste hoogtepunt van de zeer rijke voorgeschiedenis van de K. Rupel Sportkring.